Tegenwoordig hebben jongeren vaker mentale aandoeningen dan hun ouders op dezelfde leeftijd. Hoe komt dat?

#stress #slaapproblemen #jongeren

Veel jongeren tussen 15 en 25 zitten in de problemen. De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwt voor een epidemie van psychische problemen. Snel ingrijpen is de boodschap. Het aantal dat tekenen vertoont van psychisch lijden is in één generatie sterk toegenomen. Zijn jongeren kwetsbaarder dan vroeger?

Het familiale, sociale, economische, culturele en spirituele milieu waarin jongeren vandaag leven, is de laatste tientallen jaren sneller geëvolueerd dan in de hele geschiedenis van de mensheid samen. Sommige ontwikkelingen maken het leven er niet makkelijker op: echtscheidingen en eenoudergezinnen, werkloosheid, sociale netwerken als Facebook en Snapchat …

Uit epidemiologische studies van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat 30 procent van de jongeren een mentale aandoening heeft. Het meest frequent zijn verslaving aan alcohol en drugs (15 tot 20 procent), depressies (10 tot 15 procent) en angststoornissen zoals agorafobie (o.a. pleinvrees), sociale fobie en obsessief-compulsieve stoornis (5 tot 15 procent). Een minderheid van de jongeren wereldwijd krijgt ook te maken met anorexia, boulimie of schizofrenie. Ruim een op de drie Vlaamse jongeren met problemen heeft het gevoel die niet de baas te kunnen. In Nederland heeft 22 procent van de 16-jarigen emotionele problemen. Meisjes (31 procent geeft aan problemen te hebben) hebben het lastiger dan jongens (9 procent). Ruim een op de tien jongens van 18 zegt al meerdere keren te hebben overwogen een eind te maken aan hun leven; bij de meisjes is dat zelfs een op de vijf. In Nederland stijgt het aantal meisjes dat zelfmoord pleegt: bij de 15-20-jarigen overleden in 2014 drie keer zoveel meisjes door zelfdoding als in 2000. Verscheidene recente studies bevestigen dat het aantal depressies enorm toeneemt. De cijfers tonen ook aan dat de belangrijkste periode van kwetsbaarheid zich bevindt tussen 15 en 25 jaar: in die jaren begint ongeveer 80 procent van de psychische problemen.

De kwetsbaarheid op deze leeftijd is te verklaren doordat de hersenen op dat moment in volle ontwikkeling zijn. Het rijpingsproces van de neurale netwerken versnelt. Het fenomeen begint in de puberteit (rond de leeftijd van 11 jaar, met afwijkingen van 2 tot 3 jaar), en gaat lang door: op de leeftijd van 20 jaar zijn de hersenen nog in volle ontwikkeling, en pas tussen het 25ste en 30ste levensjaar bereiken ze hun meest ontwikkelde anatomische en functionele structuur. Tal van factoren kunnen die ontwikkeling van de jonge hersenen dwarsbomen. De meest schadelijke van allemaal is stress. Stress zorgt ervoor dat er een cocktail aan hormonen vrijkomt in het lichaam. Als dat te vaak en te intens gebeurt, zorgt stress voor hersenschade. Volgens sociologen is de druk om te slagen op school, aan de universiteit en op het werk de laatste twintig jaar enorm toegenomen. De verwachtingen van de huidige generatie liggen veel hoger dan die van de vorige. De hoge werkloosheid bij jongeren is daar niet vreemd aan. Een soort van tirannie van perfectie weegt enorm op de schouders van de jongeren.

Andere factoren die de hersenontwikkeling beïnvloeden, houden verband met de manier van leven: voeding, slaap en fysieke activiteit. Jongeren leven niet meer op dezelfde manier als hun ouders. Ze eten meer, vetter en gesuikerder. De oorzaak: het stijgende gebruik van verzadigde vetten (in boter en bewerkt vlees) en van snelle suikers (overvloedig aanwezig in frisdranken). Het gevolg is een explosie van obesitas in de laatste dertig jaar.

Wetenschappers beginnen nu pas de invloed daarvan te zien op de ontwikkeling van de neuronen. Recente studies van Constance Harrell (Emory University, VS) en Fernando Gomez-Pililla (UCLA, VS) tonen aan dat de insulinepieken die het gevolg zijn van de dagelijkse consumptie van grote hoeveelheden snelle suikers voor ontstekingen zorgen in de hersenen. Die zorgen op hun beurt voor problemen met de concentratie, het geheugen en het humeur (prikkelbaarheid, angst, impulsiviteit). Bekend is dat poly-onverzadigde vetten, in het bijzonder de omega-3- en -6-vetzuren (die in de meeste plantaardige oliën zitten en in bepaalde vissoorten zoals zalm), onontbeerlijk zijn voor de goede ontwikkeling van de neuronen. Maar jongeren eten er steeds minder van, omdat ze een voorkeur hebben voor verzadigde vetten die ook het risico op hart- en vaatziekten verhogen.

Ook het slaapritme van jongeren is grondig veranderd: 15- tot 25-jarigen gaan de laatste twintig jaar gemiddeld 1 à 2 uur later naar bed, waardoor ze minder slapen. Jongvolwassenen van 20 jaar hebben nood aan minstens acht uur slaap per nacht, maar uit studies blijkt dat 50 tot 70 procent van hen dat niet haalt, in het bijzonder studenten. De fysieke en sportieve activiteitsgraad zijn eveneens afgenomen. Bijna vier op de tien mensen doen vandaag nauwelijks of nooit aan sport. In 2014 bleek uit een grootschalige studie van epidemioloog Dongfeng Zhang bij bijna 100.000 deelnemers dat de afwezigheid van regelmatige fysieke activiteit het risico op een depressie met 25 procent verhoogt.

Enkele eenvoudige tips kunnen helpen om de stress van het leven beter de baas te kunnen. Een betere levenshygiëne kan voor jongeren al wonderen doen: zorg voor een evenwichtige voeding (vijf stukken fruit en groenten per dag, niet te veel suiker …), zorg voor een goede slaaphygiëne (slaap minstens 8 uur per nacht voor je 21ste, later minstens 7 uur), beweeg regelmatig (2 tot 3 keer per week 20 minuten wandelen, joggen of zwemmen vermindert het aantal periodes van lichte angst en depressie), beperk de consumptie van alcohol en drugs … Koffie kan voordelig zijn: in matige dosissen (3 à 4 kopjes per dag) beschermt het de neuronen. Uit talloze studies blijkt dat er een verband bestaat tussen koffie en drie keer minder zelfdodingen bij jonge vrouwen, ook al is niet duidelijk waarom.

TIPS

Verder zijn positieve sociale contacten essentieel. Vrienden en familie zijn de beste wapens tegen stress. Uit tal van studies blijkt dat het onderhouden van kwaliteitsvolle sociale contacten beschermt tegen mentale aandoeningen. Als vader of moeder kan je hiertoe bijdragen. Eet samen – zonder televisie – praat met de kinderen over hun emoties en welzijn, en niet alleen over hun schoolresultaten of prestaties op het werk, moedig hen aan zich in te schrijven in een sport- of jeugdvereniging …

Een ander sleutelelement om goed te weerstaan aan stress bestaat erin bepaalde denkpatronen te leren identificeren. Voorbeelden van zulke negatieve patronen zijn zwart-witdenken of zichzelf altijd verantwoordelijk achten voor negatieve gebeurtenissen  (spontaan denken dat iemand die ons onaangenaam aanspreekt ons niet leuk vindt, terwijl die persoon misschien onaangenaam is tegen iedereen) (zie ook artikel pag. 6). Door jongeren te helpen deze denkpatronen te bestrijden, voorkom je dat ze dagelijkse ervaringen steeds weer negatief interpreteren, wat het opduiken van negatieve emoties beperkt.

Bron: EOS wetenschap, Psyche en brein

 

Scroll to top